Boren in gewapend beton zonder de wapening te raken

Spoor de wapening op voordat u boort in gewapend beton. Zo scant u het vlak, zo kiest u de juiste boor, en dit doet u als u tijdens het boren staal raakt.

Spoor de wapening op voordat u de boor aanzet, en boor er niet doorheen tenzij u zeker weet dat het mag. Dat is het hele antwoord. Een wapeningszoeker of betonscanner kost u tien minuten, een doorgeboorde staaf in een dragende constructie kost u een constructeursrapport en soms een herstelconstructie.

Deze gids gaat over bestaand gewapend beton: vloeren, wanden, balken en kolommen waar u niet in kunt kijken. U leest waar de wapening zit, hoe u die opspoort, wat u doet als u toch staal raakt, en hoe u het gat daarna reinigt voor een chemisch anker.

Waarom is het raken van wapening een probleem?

Beton neemt druk op, het staal neemt trek op. Die taakverdeling is de hele reden dat gewapend beton werkt. Doorboort u een staaf, dan haalt u op dat punt een deel van de trekcapaciteit weg.

Het constructieve gevolg

Eén geraakte staaf in een dikke vloer met een dicht net is meestal niet dramatisch. Kritiek wordt het op drie plaatsen: in de trekzone van een ligger of console, bij beugels die de dwarskracht opnemen, en bij gaten die op één lijn zitten. Vier gaten op een rij door hetzelfde net snijden een naad in de constructie. Te veel druk of een scheve boor geeft bovendien scheurvorming rond het gat, en scheuren in een dragend element herstelt u niet zomaar.

Het gevolg op termijn: corrosie

Beton beschermt het staal chemisch. De hoge alkaliteit (pH boven 12) houdt een passiveringslaag in stand. Legt u het staal bloot in een boorgat, dan verdwijnt die bescherming lokaal en komen vocht, zuurstof en soms chloriden erbij.

Roest neemt een veelvoud aan volume in van het staal waaruit het ontstaat. Die volumetoename drukt de dekking eraf. Het gevolg ziet u pas na jaren: afgedrukte betonschollen, bruine strepen, een blootliggende staaf. Buiten gaat dat sneller dan binnen. Een boorgat dat staal raakt en open blijft staan is dus een beginpunt voor betonschade.

Gewapend beton of voorgespannen beton?

Dit onderscheid is het belangrijkste punt van deze gids. In voorgespannen beton boort u nooit zomaar.

Gewoon gewapend beton bevat staven en netten die pas kracht opnemen als de constructie belast wordt. Voorgespannen beton bevat strengen of kabels die onder hoge trekspanning staan, ook als er niets op de vloer ligt. Die voorspanning is wat het element draagt. Raakt u een streng, dan komt die spanning met geweld vrij. Dat is gevaarlijk voor u op dat moment, en het verlaagt direct de draagkracht van het hele element, niet alleen ter plaatse van het gat.

U komt het tegen in kanaalplaatvloeren, prefab liggers, TT-platen en veel vloeren in appartementen, bedrijfshallen en parkeergarages. Kanaalplaten herkent u aan de holle kanalen op een steek van ongeveer 150 mm, met de strengen in de massieve dammen ertussen, onderin de plaat. Precies waar u een ophangpunt zou willen maken.

De praktijkregels zijn streng. Boor ondiep en alleen in de onderflens onder een kanaal, niet in de dammen en niet in de kopse zijkant van een plaat. Boor nooit een doorvoer zonder toestemming. Voelt u hard staal, stop dan onmiddellijk. Twijfelt u of het voorgespannen beton is, ga er dan van uit dat het zo is en vraag het na. Het verwerkingsvoorschrift van de vloerfabrikant is leidend.

Hoe spoort u wapening op?

Er zijn twee technieken die u op de bouwplaats tegenkomt, en ze hebben verschillende sterke punten.

Techniek Werking Praktische diepte Waar goed in Waar zwak in
Inductie, ook wel wapeningszoeker of ferroscanner Meet de verstoring van een magnetisch veld door staal Circa 180 mm Positie en dekking betrouwbaar bepalen Ziet alleen ferrometalen, geen leidingen van kunststof
Radar, GPR of betonscanner Meet reflecties van radargolven 300 tot 400 mm, dieper met minder nauwkeurigheid Vindt bijna alle ingebouwde objecten, ook kanalen en buizen Dekkingsmeting minder nauwkeurig, vraagt interpretatie
Eenvoudige multidetector uit de bouwmarkt Inductief, beperkte resolutie Circa 60 tot 100 mm Grof aangeven dat er iets zit Onbetrouwbaar bij dicht net of dieper liggend staal

Waar lopen deze apparaten tegenaan?

Ken de grenzen, anders vertrouwt u op een meting die niet klopt. Een detector onderscheidt staven pas los van elkaar als de dekking klein is ten opzichte van de onderlinge afstand. Bij een dicht net loopt het signaal in elkaar over en ziet u één vlek. Ligt er een tweede laag onder de eerste, dan verbergt de bovenste die vrijwel altijd. Vochtig beton verandert de snelheid van de radargolf en dus de diepte. Een stalen profiel of leidinggoot vlakbij verstoort het beeld.

De diameter van een staaf bepalen lukt in de praktijk hooguit als ruwe schatting. Reken daar niet op. Gebruik de scan om te bepalen waar u wel mag boren, niet om te bepalen hoe zwaar het staal is dat u gaat doorboren.

Scan het vlak in twee richtingen, markeer de staven met krijt en kies uw boorpunt midden tussen twee lijnen. Verschuift u het gat, scan dan opnieuw.

Waar zit de wapening meestal?

Dit zijn richtwaarden om mee te beginnen, geen vervanging voor een scan. De betondekking volgt uit NEN-EN 1992-1-1 en hangt af van de milieuklasse waarin het element staat.

Situatie Nominale dekking, indicatief Waar u het tegenkomt
Binnenklimaat, droog 20 tot 25 mm Binnenwanden, vloeren in de woning
Buiten, vorst en regen 30 tot 40 mm Gevels, balkons, buitentrappen
Contact met water, grond of dooizouten 40 tot 50 mm Kelderwanden, parkeerdek, funderingsbalken

Bij de nominale dekking komt altijd een uitvoeringstolerantie van vaak 5 of 10 mm. In de praktijk betekent dat: de eerste 15 mm is doorgaans veilig, tussen 20 en 50 mm zit u in de zone waar het staal ligt.

Standaard wapeningsnetten hebben een maaswijdte van 150 mm, soms 100 of 200 mm. Beugels in balken en kolommen liggen dichter bij elkaar aan de uiteinden dan in het midden. In een vloer zit meestal een ondernet in het veld en een bovennet boven de steunpunten, dus boven muren en liggers. Boort u van onderaf, blijf dan uit de buurt van de opleggingen. In een wand loopt de verticale wapening het dichtst bij de hoeken en langs de dagkanten van sparingen.

Hieronder de hamerboren waarmee u in gewapend beton werkt zonder dat de snijkop meteen rond draait.

U raakt tijdens het boren toch staal: wat nu?

U herkent het aan drie dingen tegelijk: de boor stopt met vorderen, het geluid wordt hoger en gelijkmatiger, en het boormeel wordt grijs met metaalglans in plaats van betonstof. Soms voelt u de machine terugslaan.

  1. Stop direct. Doorduwen met een 2-snijder op een geraakte staaf verbrandt het hardmetaal in enkele seconden.
  2. Stel vast wat voor beton u voor u heeft. Bij twijfel over voorspanning: niet verder boren, ook niet een klein stukje.
  3. Meet de diepte van het gat. Ligt het staal rond 20 tot 40 mm, dan zit u in de dekking en is het waarschijnlijk regulier wapeningsstaal.
  4. Verplaats het gat. Dit is in negen van de tien gevallen de goede keuze. Ga 50 tot 80 mm opzij, loodrecht op de richting van de gevonden staaf, en scan opnieuw. Vul het verlaten gat later af met reparatiemortel zodat er geen vocht bij het staal kan.
  5. Kunt u niet verplaatsen, bijvoorbeeld omdat een gatenpatroon vastligt, dan pas komt doorboren in beeld.

Wanneer mag u er wel doorheen?

Doorboren met een 4-snijder is verdedigbaar als aan alle vier deze voorwaarden is voldaan: het gaat aantoonbaar niet om voorgespannen beton, het betreft een niet-constructief element of constructief onbeduidende wapening zoals een krimpnet, u blijft bij één enkele staaf en het gat staat niet in een rij met andere gaten, en u heeft toestemming van de constructeur of de werkvoorbereiding. Ontbreekt er één, dan verplaatst u het gat of belt u.

Boort u door, doe het dan met gereduceerde slag, matige aanzet en een lager toerental. Slagboren op staal geeft een scheve boor en een uitgelopen gat. Een 4-snijder verdeelt de kracht over vier snijkanten en loopt stabieler over een staaf dan een 2-snijder, die met één snijkant kan wegglijden.

Wanneer belt u de constructeur?

Bel altijd bij deze situaties, ook als het maar om één gat gaat.

  • Voorgespannen beton, in welke vorm dan ook.
  • Een doorvoer of sparing groter dan ongeveer 50 mm in een dragend element.
  • Meerdere gaten in een rij, of een gatenpatroon binnen een vlak van een halve meter.
  • Boren in een ligger, console, kolom of in de trekzone van een vloer.
  • Een bevestiging die dynamisch of veiligheidsrelevant belast wordt, zoals een leuning, een hijspunt, een steiger of een zwaar leidingtracé.
  • U heeft al staal doorgeboord en weet niet wat u geraakt heeft.

Bij professioneel werk stemt u het doorsnijden van wapening altijd af met de bouwdirectie. Dat is geen formaliteit, het bepaalt of uw werk verzekerd is.

Welk gereedschap kiest u: 4-snijder of diamantboor?

De keuze gaat over diameter, precisie en of u wapening moet passeren.

Punt Hamerboor 4-snijder, SDS-plus of SDS-max Diamantboor nat
Werkingsprincipe Slaat het beton stuk met slagenergie Slijpt het materiaal weg met diamantsegmenten
Typische diameter 5 tot 32 mm, SDS-max verder Vanaf circa 25 mm tot ver boven 300 mm
Wapening passeren Mogelijk, gaat langzaam en kost standtijd Gaat er schoon doorheen, mits de segmenten daarvoor geschikt zijn
Gatkwaliteit Ruw, licht conisch bij slijtage Strak, rond, maatvast
Trilling en scheurrisico Hoger, kans op uitbreken aan de achterzijde Laag, vrijwel geen scheurvorming
Rommel Droog stof, vraagt afzuiging Boorslurry, vraagt wateropvang
Geschikt voor chemisch ankeren Ja, standaard uitgangspunt Alleen met mortel die daarvoor is vrijgegeven, het gat is glad

De vuistregel: tot ongeveer 32 mm en voor bevestigingen werkt u met een hamerboor met vier snijders. Vanaf ongeveer 50 mm, bij doorvoeren en overal waar het gat strak en trillingsarm moet zijn, kiest u voor nat boren met een diamantboor. In het assortiment diamantboren van ROTEC vindt u de uitvoeringen voor gewapend beton, herkenbaar aan de segmentspecificatie.

Let op bij nat boren: een diamantboor snijdt wapening door zonder dat u het merkt. De machine geeft geen signaal zoals een hamerboor. Juist daarom is scannen voor een kernboring geen optie maar een voorwaarde.

Het boorgat reinigen voor een chemisch anker

Dit is de stap die het vaakst wordt overgeslagen en de meeste schade doet. Stof in het boorgat halveert de hechtsterkte. De mortel hecht dan aan een laagje boormeel in plaats van aan de betonwand, en dat laagje schuift onder belasting weg.

Eerst de maatvoering

De boorgatdiameter hoort bij het anker. Voor een draadeind met injectiemortel is de gangbare verhouding twee millimeter boven de draaddiameter: M8 in 10 mm, M10 in 12 mm, M12 in 14 mm, M16 in 18 mm. De verankeringsdiepte ligt meestal rond acht tot tien keer de draaddiameter. Welke combinatie geldt, staat in de technische fiche en de ETA-goedkeuring van de mortel. Houd die aan, want de rekenwaarde van de trekkracht geldt alleen daarbij. Boor 5 tot 10 mm dieper, zodat resterend stof onder het anker ligt in plaats van ertegenaan.

De reinigingsvolgorde

  1. Blaas het gat twee keer uit met een blaasbalg of perslucht, steeds vanaf de bodem van het gat naar buiten toe. Blazen vanaf de opening duwt stof juist dieper.
  2. Borstel twee keer met een staalborstel die iets groter is dan het boorgat, zodat de haren echt langs de wand schrapen. Een te kleine borstel poetst lucht.
  3. Blaas nog twee keer uit. Wat u er nu uit ziet komen, had anders in het gat gezeten.
  4. Controleer met een vinger of een doekje: er mag geen grijze afgifte meer zijn.
  5. Spuit de mortel van onder naar boven in, zodat de lucht voor de mortel uit het gat wordt geduwd. Vul ongeveer twee derde en draai het draadeind er met een draaiende beweging in.

Heeft u nat geboord, spoel het gat dan schoon en verwijder het standwater. Een nat of diamantgeboord gat vraagt een mortel die daarvoor is vrijgegeven, want de wand is glad en veel mortels geven daar een lagere rekenwaarde op.

De boren hieronder zijn de gangbare maten voor ankergaten in beton.

Voor M8 tot M16 pakt u uit de reeks hamerboren van ROTEC de bijpassende diameter. Werkt u veel in gewapend beton, houd dan per maat een reserveboor aan boord.

Kort samengevat

  • Scan altijd voor u boort. Een inductiezoeker geeft positie en dekking tot circa 180 mm, radar kijkt tot 300 tot 400 mm diep maar vraagt interpretatie. Beide falen bij een dicht net of een tweede wapeningslaag.
  • Reken op 20 tot 25 mm dekking binnen en 30 tot 50 mm buiten of in de grond, met netten op een maaswijdte van doorgaans 150 mm.
  • In voorgespannen beton, zoals kanaalplaatvloeren en prefab liggers, boort u niet zonder toestemming. Een geraakte streng komt met geweld vrij en verlaagt de draagkracht van het hele element.
  • Raakt u staal, verplaats dan het gat 50 tot 80 mm. Doorboren met een 4-snijder alleen bij niet-constructieve wapening, één enkele staaf en met toestemming.
  • Reinig het boorgat twee keer blazen, twee keer borstelen, twee keer blazen. Stof halveert de hechtsterkte van een chemisch anker.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *