-
Steenoven 7, 3911 TX Rhenen
TPI en schacht kiezen bij decoupeer- en reciprozagen
Eerst de schacht, dan de TPI. Zo kiest u een decoupeerzaagblad of reciprozaagblad dat past, recht zaagt en niet krombuigt of breekt in metaal of hout.
Kijk eerst naar de schacht, pas daarna naar het aantal tanden. De schacht bepaalt of het blad überhaupt in uw machine klemt. Zit dat goed, dan bepaalt de TPI hoe snel en hoe netjes u door het materiaal komt.
Bijna alle moderne decoupeerzagen werken met de T-schacht. Past dat blad, dan gaat de keuze verder over vertanding, bladmateriaal en pendelslag. Bij een oudere of pneumatische machine loopt u eerst tegen een afwijkende opname aan. Deze gids behandelt beide stappen, in die volgorde.
Welke schacht past op mijn machine?
De schacht is het onbewerkte uiteinde waarmee het blad in de bladhouder klemt. U herkent het type aan de vorm, zonder gereedschap en zonder handleiding.
T-schacht: de standaard
De T-schacht heeft aan beide zijden een uitstekende nok, waardoor het uiteinde de vorm van een letter T krijgt. Dit is sinds jaren de facto standaard en past op vrijwel alle machines die in de handel zijn, waaronder de gangbare modellen van Bosch, Makita, DeWalt, Metabo en Festool. Elke snelwissel-bladhouder zonder schroef is gemaakt voor een T-schacht.
De typenummers beginnen daarom met een T: T101B voor zacht hout, T118A voor dun plaatstaal, T144D voor snel afkortwerk in hout. Het cijfer en de letter erachter zeggen iets over vertanding en toepassing, de T zegt iets over de opname.
Dit zijn de bladen die op het overgrote deel van de machines op de bouwplaats passen.
-

ROTEC Decoupeerzaagblad DC120
€ 5,02 -

ROTEC Decoupeerzaagblad DC130
€ 43,59 -

ROTEC Decoupeerzaagblad DC140
€ 39,63 -

ROTEC Decoupeerzaagblad DC150
€ 9,38
U-schacht: de oudere variant
De U-schacht is de voorloper van de T-schacht. Het uiteinde is recht, zonder nokken, met een uitsparing waar de klemschroef in grijpt. U herkent hem direct: geen nokken betekent U-schacht.
Machines met een U-schacht hebben vrijwel altijd een bladhouder met een inbusschroef. U-schachtbladen zitten nog in oudere machines en in sommige goedkopere modellen. Veel bladhouders van de laatste jaren nemen beide types aan, maar andersom geldt dat niet: een T-schacht past niet in elke oude U-houder.
Eigen schachten: FEIN, Pneutec, Ober, Shinano, SIG en Flex
Een aantal fabrikanten gebruikt een eigen opname die niets met T of U te maken heeft. U komt ze vooral tegen bij carrosseriewerk en bij persluchtmachines.
| Opname | Waar u hem tegenkomt | Herkenning aan het blad |
|---|---|---|
| T-schacht | Vrijwel alle elektrische decoupeerzagen | Twee nokken, T-vorm |
| U-schacht | Oudere machines, klemschroefhouders | Recht uiteinde, geen nokken |
| FEIN | Carrosseriezagen van FEIN | Smalle schacht met twee gaten of sleuven |
| Pneutec, Ober, Shinano | Persluchtdecoupeerzagen (plaatwerk) | Kort, smal, recht blad met eigen boring |
| SIG en Flex | Oudere en industriële machines | Afwijkende sleufvorm in de schacht |
Bestelt u bij twijfel, leg dan het oude blad naast de foto van het nieuwe. De schachtvorm is het enige dat moet kloppen. Past de schacht niet, dan slipt het blad los of klemt het scheef, en dat kost u binnen een minuut een blad.
In de volledige lijst decoupeerzaagbladen vindt u naast de T-schacht ook de bladen voor deze afwijkende opnames.
Wat is de drie-tanden-regel?
Er moeten altijd minstens drie tanden tegelijk in het materiaal staan. Dat is de belangrijkste vuistregel bij het kiezen van TPI, en hij geldt voor decoupeerzaagbladen, reciprozaagbladen en lintzaagbladen.
TPI staat voor tanden per inch, dus het aantal tanden op 25,4 mm bladlengte. Een blad van 8 TPI heeft een tandafstand van ruim 3 mm. In plaatstaal van 2 mm staat dan hooguit één tand in het materiaal.
Staan er minder dan drie tanden in, dan gebeurt dit:
- De tand hakt in plaats van snijdt. Het blad slaat en springt uit de snede.
- De tandpunt haakt achter de rand van het plaatwerk en breekt af.
- Het werkstuk gaat trillen en braamt aan de onderkant.
- Bij dunwandige buis kruipt de tand tussen de wand en breekt het blad in twee.
Aan de bovenkant geldt een grens van ongeveer 25 tanden tegelijk in het materiaal. Staan er meer in, dan zijn de tandkamers te klein om de spaan af te voeren. De spanen persen zich vast, de wrijving loopt op en het blad wordt blauw. Dat blauw is doorgegloeid staal: die tanden zijn zacht en komen niet meer terug.
Twijfelt u tussen twee waarden bij dik materiaal, kies dan de grovere vertanding. Bij dun materiaal kiest u altijd de fijnere.
Welke TPI hoort bij welk materiaal?
Onderstaande tabel vat de gangbare bereiken samen. Lees hem van links naar rechts: de dikte bepaalt of de drie-tanden-regel haalbaar is, het materiaal bepaalt het bladtype.
| TPI | Materiaal | Dikte | Snedekwaliteit |
|---|---|---|---|
| 6 tot 8 | Zacht hout, OSB, balkhout, sloopwerk | 20 tot 100 mm | Grof, snel, veel uitscheuring |
| 8 tot 10 | Hout, multiplex, spaanplaat | 10 tot 60 mm | Normaal, licht uitscheuren |
| 10 tot 14 | Hardhout, gelamineerd plaatmateriaal, dik aluminium | 5 tot 40 mm | Netjes, weinig nabewerking |
| 14 tot 18 | Aluminium, koper, dikwandig staal, kunststof | 3 tot 15 mm | Fijn, nauwelijks braam |
| 18 tot 24 | Staal, RVS, profiel en buis | 2 tot 6 mm | Fijn, langzaam |
| 24 tot 32 | Dun plaatstaal, dunwandige buis, plaatwerk carrosserie | 0,5 tot 3 mm | Zeer fijn, minimale braam |
Voor plaatstaal onder 1 mm bestaan bladen met progressieve vertanding, waarbij de tandafstand over de lengte van het blad oploopt. Daarmee houdt u in elke dikte binnen dat bereik genoeg tanden in het materiaal.
Hieronder een dwarsdoorsnede van het assortiment, van grove houtbladen tot fijne metaalbladen.
-

ROTEC Decoupeerzaagblad DC120
€ 5,02 -

ROTEC Decoupeerzaagblad DC130
€ 43,59 -

ROTEC Decoupeerzaagblad DC140
€ 39,63 -

ROTEC Decoupeerzaagblad DC150
€ 9,38
HCS, HSS, bimetaal of hardmetaal?
Het bladmateriaal bepaalt hoe lang een blad meegaat en of het buigt of breekt. Vier soorten zijn gangbaar.
| Soort | Opbouw | Bedoeld voor | Eigenschap |
|---|---|---|---|
| HCS | Koolstofstaal, volledig | Zacht hout, spaanplaat, zachte kunststof | Flexibel en goedkoop, slijt het snelst |
| HSS | Snelstaal, volledig gehard | Metaal, aluminium, koper, hardhout, laminaat | Hard en slijtvast, maar bros en breekgevoelig |
| Bimetaal (BiM) | Rug van HCS, tanden van HSS | Alles wat wisselt: hout met spijkers, metaal, sloopwerk | Buigt mee zonder te breken, gaat ongeveer twee keer zo lang mee als HSS |
| Hardmetaal (HM) | Tanden met wolfraamcarbide | RVS, tegels, gipsplaat, cementgebonden vezelplaat | Duurste soort, verreweg de langste standtijd in abrasief materiaal |
Voor het meeste werk op de bouw is bimetaal de veiligste keuze. De zachte rug vangt het buigen op, de harde tanden houden de snede vast. Een volledig HSS-blad breekt bij dezelfde belasting wel.
Zaagt u vezelcement, gips of tegel, dan slijpt het stof een gewoon staaltand binnen enkele meters rond. Daar is hardmetaal geen luxe. Voor kleine uitsparingen in plaatmateriaal is een zaagblad voor de multitool vaak handiger, omdat u daarmee wel vlak langs een wand kunt invallen.
Wanneer zet u de pendelslag uit?
De pendelslag duwt het blad tijdens de opgaande beweging naar voren tegen het werkstuk aan en trekt het bij de neergaande beweging terug. Het blad snijdt daardoor in een boogje in plaats van recht op en neer. Dat scheelt zaagtijd en houdt de tandkamers leeg.
De meeste machines hebben stand 0 tot en met 3. Zo gebruikt u ze:
- Stand 3: snel afkorten in zacht hout waar de kant niet zichtbaar blijft.
- Stand 2: gewoon hout en plaatmateriaal, rechte snedes.
- Stand 1: hardhout, gelamineerd plaat, krappe bochten en figuurzagen.
- Stand 0: metaal, RVS, aluminium, kunststof, tegel en alle zichtbare kanten.
In metaal zet u de pendelslag altijd op 0. Metaal geeft niet mee. Bij elke voorwaartse pendelbeweging drukt de tandpunt tegen een wand die niet wijkt, en die tand breekt af. Eén afgebroken tand laat de volgende tand extra belasting opnemen en dan is het blad binnen een paar centimeter op. Zonder pendelslag snijdt de tand recht langs het materiaal en houdt u een strakke snede.
Zet bij metaal ook het toerental omlaag en breng puntsgewijs koelspray of een druppel olie op de zaaglijn aan. Warmte is in metaal de belangrijkste oorzaak van bladslijtage.
Waarom buigt een blad krom of breekt het?
Een blad dat krombuigt geeft een snede die aan de bovenkant recht lijkt en aan de onderkant millimeters wegloopt. Dat is bijna nooit de schuld van het blad. Dit zijn de oorzaken, op volgorde van hoe vaak ze voorkomen.
- Te hard duwen. De machine bepaalt het tempo, niet uw arm. Duwt u door, dan wijkt het blad zijwaarts uit en loopt de snede scheef weg.
- Verkeerde TPI. Te weinig tanden in het materiaal laat het blad slaan, te veel tanden vult de tandkamers en laat het blad vastlopen.
- Bot blad. Een bot blad vraagt meer kracht, en meer kracht is precies de oorzaak van het buigen. Vervang een blad zodra het zichtbaar meer moeite kost.
- Pendelslag aan in metaal of dik hardhout. Zie de vorige sectie.
- Blad te kort voor de dikte. Komt het blad onder het werkstuk nauwelijks vrij, dan blijft de spaan in de snede zitten en klemt het blad.
- Werkstuk niet vastgezet. Trillend materiaal slaat terug tegen de tanden.
- Versleten steunrol. Loopt het rolletje achter het blad scheef of is de groef ingesleten, dan drukt het het blad uit het lood. Controleer dit als de snede structureel dezelfde kant op wegloopt.
Voor rechte snedes in dik materiaal helpt een breder en dikker blad. Breed staal buigt minder makkelijk zijwaarts dan een smal figuurzaagblad.
Hoe bepaal ik de lengte van een reciprozaagblad?
Bij de reciprozaag komt er één maat bij die bij de decoupeerzaag geen rol speelt: de bladlengte. Het blad moet langer zijn dan het werkstuk, omdat een deel in de machine zit en het blad bij elke slag heen en weer beweegt.
De vuistregel is eenvoudig: werkstukdikte plus 50 mm is de minimale bladlengte. Van die 50 mm zit ongeveer de helft in de bladhouder en houdt u ongeveer 25 mm over als doorsteek onder het materiaal.
Die 25 mm doorsteek is het punt waar het om draait. Steekt het blad minder ver door, dan snijdt alleen het middenstuk van het blad en slijt dat deel binnen enkele meters weg. Ook voert het blad de spaan dan niet af, omdat de tandkamers pas leeglopen als ze het materiaal verlaten.
| Werkstuk | Dikte of diameter | Minimale bladlengte |
|---|---|---|
| Plaatstaal, profiel | tot 10 mm | 100 mm |
| Buis, kozijnhout | 25 tot 50 mm | 150 mm |
| Balk, dikke buis | 50 tot 100 mm | 150 tot 200 mm |
| Sloopwerk, boomstam, palen | 100 tot 200 mm | 250 tot 300 mm |
Neem niet automatisch het langste blad. Een lang blad in dun materiaal zwiept en geeft een golvende snede. Kies de kortste lengte die de regel nog haalt.
Voor de TPI geldt bij de reciprozaag dezelfde drie-tanden-regel. Bladen met een gecombineerde vertanding, bijvoorbeeld 10/14 TPI, zijn bedoeld voor wisselende diktes: in dun plaatwerk pakt het fijne deel, in dik materiaal het grove.
Hieronder het assortiment reciprozaagbladen, gesorteerd naar lengte en vertanding.
-

ROTEC Reciprozaagblad RC120
€ 13,52 -

ROTEC Reciprozaagblad RC140
€ 17,57 -

ROTEC Reciprozaagblad RC150
€ 72,72 -

ROTEC Reciprozaagblad RC160
€ 22,81
Zaagt u afwisselend hout met spijkers en metalen profielen, kijk dan bij de bimetalen reciprozaagbladen. Voor fijn werk in plaatmateriaal blijft een decoupeerzaagblad met T-schacht nauwkeuriger.
Kort samengevat
- Bepaal eerst de schacht. T-schacht is standaard, U-schacht zit in oudere machines, FEIN, Pneutec, Ober, Shinano, SIG en Flex hebben een eigen opname.
- Houd minimaal drie tanden in het materiaal en maximaal ongeveer 25. Te weinig laat het blad slaan, te veel laat het vastlopen.
- Dun plaatstaal vraagt 24 tot 32 TPI, zacht hout 6 tot 10 TPI. Bij twijfel in dik materiaal grover kiezen, in dun materiaal fijner.
- Bimetaal is voor het meeste bouwwerk de beste verhouding tussen standtijd en breukvastheid. Hardmetaal alleen bij tegel, gips en vezelcement.
- Pendelslag op 0 bij metaal en bij elke kant die zichtbaar blijft. Toerental omlaag en koelen.
- Reciprozaagblad: werkstukdikte plus 50 mm, zodat u minimaal 25 mm doorsteek overhoudt.