-
Steenoven 7, 3911 TX Rhenen
Phillips, Pozidriv, Torx en inbus: welke bit past
PH of PZ, Torx of inbus? Zo herkent u elk schroefprofiel, kiest u direct de juiste bitmaat en voorkomt u rondgedraaide schroefkoppen op de bouwplaats.
Phillips en Pozidriv lijken op elkaar en worden constant verwisseld. Dat is de hoofdoorzaak van rondgedraaide schroefkoppen, meer dan versleten bits of te veel koppel. Een PH2-bit in een PZ2-schroef pakt maar op een deel van het contactvlak, glijdt eruit onder belasting en vreet de kop in twee of drie slagen kapot.
Het onderscheid kost u twee seconden. Kijk naar de schroefkop: ziet u vier extra streepjes tussen de armen van het kruis, dan is het Pozidriv. Ziet u ze niet, dan is het Phillips. Hieronder staat per profiel wat u ziet, welke norm erachter zit en welke maat bit u pakt.
Waarom worden Phillips en Pozidriv zo vaak verwisseld?
Beide zijn kruiskopprofielen en op een meter afstand zijn ze niet te onderscheiden. Pozidriv is in 1962 ontwikkeld als verbetering van Phillips en heeft bewust dezelfde basisvorm gehouden. Een PH-bit past dus fysiek in een PZ-schroef. Hij past alleen slecht.
De schroefkoppen zelf zijn genormeerd in ISO 4757, dat twee vormen beschrijft: type H voor Phillips en type Z voor Pozidriv. De bits en schroevendraaiers vallen onder ISO 8764-1, dat dezelfde twee tipvormen kent onder de namen PH en PZ. In Duitsland gold tot 2006 DIN 5260 voor kruiskopschroevendraaiers, met dezelfde PH- en PZ-aanduiding. Die norm is ingetrokken en vervangen door de ISO-versie, maar u komt de aanduiding DIN 5260 nog tegen op ouder gereedschap.
De vier extra streepjes tussen de armen
Dit is het enige kenmerk dat u altijd kunt gebruiken. Een Pozidriv-schroefkop heeft naast het kruis vier korte streepjes, precies 45 graden gedraaid ten opzichte van de hoofdarmen. Ze zijn ondiep en dienen deels als herkenningsteken, deels als extra draagvlak. Een Phillips-kop heeft die streepjes niet: daar ziet u alleen het kruis.
Op de bit ziet u hetzelfde terug. Een PZ-bit heeft vier extra ribben tussen de vier hoofdvleugels. Houd de punt tegen het licht en draai hem rond, dan telt u acht contactpunten bij PZ en vier bij PH.
De vorm van de flanken
Hier zit het echte verschil. De flanken van een Phillips-profiel lopen taps toe: ze staan schuin, waardoor de bit onder koppel naar boven wordt gedrukt. Pozidriv heeft vrijwel parallelle flanken en een stompe punt in plaats van een spitse. De bit blijft daardoor in de kop zitten en kan een hoger koppel doorgeven.
Praktisch gevolg: een PZ-bit in een PH-schroef zit los en wiebelt. Een PH-bit in een PZ-schroef staat te hoog in de kop en raakt alleen de bovenrand. In beide gevallen loopt de kop schade op.
Wat betekent de aanduiding PH en PZ?
PH staat voor Phillips, PZ voor Pozidriv. Het cijfer erachter is de maat, van 0 tot en met 4. Op verpakkingen van schroeven staat het profiel bijna altijd vermeld, bijvoorbeeld PZ2 of TX25. Staat het er niet, kijk dan naar de kop van de schroef. In Nederland en België zijn houtschroeven overwegend Pozidriv of Torx. Phillips komt vooral voor op plaatschroeven, elektrotechnisch materiaal en machineonderdelen.
Op onze schroefbits van ROTEC staat de aanduiding in de zijkant gelaserd, dus ook als de verpakking weg is kunt u de maat teruglezen.
Hieronder de losse bits en bitsets, gesorteerd op profiel en maat.
Wat is camout en waarom heeft Phillips het?
Camout is het uit de schroefkop springen van de bit onder koppel. De schuine flanken van het Phillips-profiel zetten het draaikoppel deels om in een kracht omhoog. Boven een bepaald koppel wint die kracht en schiet de bit eruit, meestal met een rondgedraaide kop als gevolg.
Vaak wordt gezegd dat Phillips camout met opzet ingebouwd heeft als koppelbegrenzing. Het oorspronkelijke patent uit 1933 zegt juist het tegenovergestelde: de uitvinders noemen als doel dat de aandrijver niet uit de kop loopt. Wat wel klopt, is dat camout in de jaren daarna goed uitkwam. Vroege elektrische schroevendraaiers op de autofabriek hadden onbetrouwbare slipkoppelingen, en een bit die eruit springt voorkomt dat de draad wordt overbelast. Dat gedrag werd een voordeel, niet omdat het zo bedoeld was, maar omdat de machines van toen niets beters hadden.
Moderne accuschroevendraaiers hebben een instelbare koppelkoppeling. Die functie van camout is dus overbodig geworden, en het nadeel bleef. Pozidriv heeft door de parallelle flanken veel minder camout. Torx heeft het nauwelijks: de zes lobben staan bijna haaks op de draairichting, zodat er geen noemenswaardige kracht omhoog ontstaat.
Alle profielen op een rij
| Profiel | Code | Herkenning | Norm | Gangbare maten | Waar u het tegenkomt | Kans op uitdraaien |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Sleuf | SL | Eén rechte gleuf | ISO 2380-1 (bit), ISO 2009 (schroef) | 0,5×3,0 tot 1,6×10,0 mm | Elektra, klemmen, meubelbeslag, restauratiewerk | Zeer hoog |
| Phillips | PH | Kruis, geen extra streepjes, spitse punt | ISO 8764-1 vorm PH, schroef ISO 4757 type H | PH0 t/m PH4 | Plaatschroeven, apparatuur, machinebouw, import | Hoog |
| Pozidriv | PZ | Kruis plus vier streepjes op 45 graden | ISO 8764-1 vorm PZ, schroef ISO 4757 type Z | PZ0 t/m PZ4 | Houtschroeven, spaanplaatschroeven, kozijnwerk | Gemiddeld |
| Torx | TX of T | Zespuntige ster met afgeronde lobben | ISO 10664 (hexalobulair intern) | T6 t/m T50, meestal T10 t/m T30 | Constructieschroeven, vlonderschroeven, gipsplaat, machines | Laag |
| Inbus | HX | Zeskantig gat, rechte wanden | ISO 2936 (sleutel), ISO 4762 (schroef) | 1,5 tot 10 mm | Meubels, staalbouw, machineonderdelen, fietsen | Laag tot gemiddeld |
De kolom rechts is een inschatting bij normaal gebruik met de juiste bitmaat. Met een verkeerde maat schuift elk profiel een categorie op.
Welke maat bit hoort bij welke schroef?
De vuistregel: de bit moet tot op de bodem van de kop zakken en mag daarna niet meer wiebelen. Voelt u speling, dan is de bit te klein. Blijft de bit hoog staan, dan is hij te groot. Onderstaande maten dekken het overgrote deel van wat u op de bouw tegenkomt.
| Schroefdiameter | Phillips | Pozidriv | Torx |
|---|---|---|---|
| 2,0 tot 2,5 mm | PH0 | PZ0 | T8 of T10 |
| 3,0 tot 3,5 mm | PH1 | PZ1 | T10 of T15 |
| 3,5 tot 5,0 mm | PH2 | PZ2 | T20 of T25 |
| 5,5 tot 8,0 mm | PH3 | PZ3 | T30 of T40 |
| 8,0 mm en groter | PH4 | PZ4 | T45 of T50 |
Bij Torx staat de maat meestal gewoon op de doos, bijvoorbeeld T25 bij vlonderschroeven van 5,0 mm. Gokken hoeft daar dus niet. Bij PZ geldt: PZ2 is goed voor ruwweg vier op de vijf houtschroeven in de Nederlandse handel. Heeft u maar één bit op zak, neem die.
Boort u eerst voor bij hardhout of dicht langs een kopse kant, dan scheelt dat koppel en dus slijtage aan de bit. Het juiste voorboorgat kiest u met een van onze houtboren voor voorboren en verzinken.
Bitopname C6.3 of E6.3: welk verschil merkt u?
Beide zijn een zeskantschacht van 6,3 mm, oftewel 1/4 inch, vastgelegd in ISO 1173 en het oudere DIN 3126. De maat over de vlakken is identiek. Het verschil zit in de groef.
- Vorm C 6.3 heeft een ondiepe groef of helemaal geen groef. Hij is bedoeld voor magnetische bithouders en houders met veerklemming. Minimale schachtlengte ongeveer 11 mm, dit zijn de korte bits van 25 mm.
- Vorm E 6.3 heeft een diepe ringgroef. Die groef is nodig voor snelwisselhouders met kogelvergrendeling en voor boorhamers en slagschroevers met een 1/4 inch snelwisselopname. Minimale schachtlengte ongeveer 25 mm.
Wanneer beïnvloedt dit uw werk? Een C-bit in een houder met kogelvergrendeling klikt niet vast. Hij valt eruit zodra u de machine omlaag houdt, of blijft achter in de schroefkop. Een E-bit past daarentegen wel in een magnetische houder en in een gewone boorkop, dus E is de veiligere keuze als u met verschillende machines werkt. Werkt u met een slagschroevendraaier, kies dan altijd E 6.3 plus een bit die als slagvast of impact is aangeduid. Een gewone taaiharde bit breekt onder slagbelasting bij de groef af.
Twijfelt u over de opname op uw machine, kijk dan bij de bithouders en snelwisseladapters. De houders hieronder wisselen tussen beide vormen en tussen bitlengtes van 25 en 50 mm.
-

ROTEC 1C-Bitschroevendraaier, T-greep
€ 6,93 -

ROTEC 2C-Bitschroevendraaier
€ 9,98 -

ROTEC 2C-Bitschroevendraaier, flexibel
€ 15,89 -

ROTEC Bithouder, 4-knt opname
€ 11,13
De schroefkop is rondgedraaid: wat nu?
Stop met draaien zodra de bit begint te slippen. Elke extra omwenteling haalt materiaal weg dat u straks nodig heeft. Werk daarna deze volgorde af, van licht naar zwaar.
- Verse bit, juiste maat. Vaak is de bit meer versleten dan de schroef. Probeer een nieuwe bit, één maat groter of in het juiste profiel.
- Elastiek of stuk brede tape. Leg een dik elastiekje over de kop, druk de bit erdoorheen en draai langzaam linksom. Het rubber vult de beschadigde ruimte op. Werkt verrassend vaak bij ondiepe schade.
- Hoge axiale druk, laag toerental. Zet de machine op stand 1 of gebruik een handschroevendraaier met vierkant op de steel, zodat u er een steeksleutel op kunt zetten. Duw harder dan u draait.
- Nieuwe sleuf zagen. Zaag met een dunne doorslijpschijf een rechte sleuf in de kop en draai hem eruit met een sleufbit. Alleen bij schroeven met een kop die boven het materiaal uitsteekt.
- Schroefuitdraaier. Boor met een linksdraaiende boor een gat in het hart van de kop en zet de uitdraaier erin. Let op: linksom boren draait de schroef soms al los.
- Kop eraf boren. Laatste optie. Boor de kop weg met een metaalboor, haal het werkstuk los en draai de achtergebleven steel met een tang uit.
Wat u niet moet doen: doorgaan met een slagschroevendraaier. Het slagmechanisme hamert de restanten van de kop plat en maakt elke latere poging onmogelijk.
Welke bijzondere profielen komt u nog tegen?
Buiten de vijf hoofdprofielen ziet u af en toe iets afwijkends. Meestal is dat bewust, om demontage te bemoeilijken of om hoger koppel over te brengen.
- Torq-Set. Ziet eruit als een kruis, maar de vier armen zijn versprongen en lopen niet door elkaar heen. Een kruiskopbit pakt er niet op. Komt vooral uit de luchtvaart, vastgelegd in NASM 33781 en NASM 14191.
- Spanner, ook wel snake-eye. Twee ronde gaatjes naast elkaar in de kop. Veiligheidsprofiel in openbare ruimte: toiletdeuren, liftpanelen, schakelkasten. U heeft een specifieke tweepuntsbit nodig.
- Vierkant, ook wel Robertson. Een licht taps vierkant gat. Standaard in Canada, hier vooral op geïmporteerd houtschroefwerk. De taps toelopende vorm houdt de schroef op de bit, wat eenhandig werken mogelijk maakt.
- Twaalfkant. Twee vormen die vaak door elkaar worden gehaald. XZN of triple square heeft twaalf punten met een hoek van 90 graden en zit op cilinderkopbouten van Duitse auto’s. De klassieke twaalfkant heeft punten van 60 graden, oftewel een dubbele zeskant, en is te vinden op tapeinden en stuurhuisbouten.
Voor het handmatige werk aan deze profielen werkt een vaste greep prettiger dan een machine. Kijk bij de bitschroevendraaiers met wisselbare punt voor een steel waar u zowel standaard als bijzondere bits in kwijt kunt.
-

ROTEC 1C-Bitschroevendraaier, T-greep
€ 6,93 -

ROTEC 2C-Bitschroevendraaier
€ 9,98 -

ROTEC 2C-Bitschroevendraaier, flexibel
€ 15,89 -

ROTEC Bitratelsleutel
€ 19,96
Kort samengevat
- Vier streepjes tussen de armen van het kruis betekent Pozidriv (PZ). Geen streepjes betekent Phillips (PH). Ze zijn niet uitwisselbaar.
- Phillips heeft schuine flanken en dus camout, Pozidriv heeft parallelle flanken en Torx nauwelijks camout. Bij hoog koppel kiest u Torx.
- PZ2 en PH2 dekken schroeven van 3,5 tot 5,0 mm, Torx T25 hoort bij 4,5 tot 5,5 mm. Bij twijfel geldt PZ2 voor de meeste Nederlandse houtschroeven.
- C 6.3 heeft een ondiepe groef voor magneethouders, E 6.3 een diepe ringgroef voor snelwisselhouders met kogelvergrendeling. Voor slagschroevers altijd E 6.3 en een slagvaste bit.
- Is de kop rond, stop dan direct. Probeer eerst een verse bit en een elastiek, en pak pas daarna de schroefuitdraaier.



