-
Steenoven 7, 3911 TX Rhenen
Boormaat bij plug en schroef: de complete maattabel
Welke boormaat hoort bij welke plug en schroef, en hoe diep boort u? Maattabellen voor plug, hout en metaal, plus de fouten die een plug los laten zitten.
De boordiameter is gelijk aan de plugdiameter. Een plug van 8 mm vraagt een boor van 8 mm, zonder uitzondering. De schroef kiest u vervolgens bij de plug, niet bij het gat: op elke plugmaat past een bereik van schroefdiameters dat de fabrikant vastlegt.
Boordiepte houdt u ruimer dan de pluglengte. Reken op ongeveer 10 mm extra, met 5 mm als absoluut minimum. Hieronder staan de maten per plugmaat, de voorboortabellen voor hout en metaal, en de drie fouten waardoor een plug alsnog losraakt.
Waarom de boor precies zo dik moet zijn als de plug
Een spreidplug werkt op klemkracht. De plug gaat strak in het gat, de schroef duwt de plugmantel naar buiten, en de mantel drukt tegen de gatwand. Die tegendruk houdt de bevestiging vast. Boort u ruimer, dan is de spreiding op, voordat de plug de wand raakt.
Daarom is er geen marge naar boven. Een gat van 8,5 mm voor een 8 mm plug voelt nog steeds krap tijdens het indrukken, maar de plug haalt in beton al snel minder dan de helft van zijn opgegeven waarde. Een halve millimeter is geen detail.
Naar beneden bestaat er wel speling in de aanpak. Twijfelt u over de hardheid van de ondergrond, begin dan met een boor die 1 mm dunner is en ruim het gat pas op als de plug echt niet in te drukken is. Bijboren kan altijd, een te ruim gat repareert u niet.
Maattabel plug, boor, schroef en boordiepte
Deze tabel geldt voor gewone nylon spreidpluggen in massieve ondergrond: beton, baksteen en kalkzandsteen. Pluglengtes verschillen per fabrikant, meet uw eigen plug na en tel daar de extra diepte bij op.
| Plug | Boordiameter | Schroefdiameter | Pluglengte (gangbaar) | Boordiepte |
|---|---|---|---|---|
| 5 mm | 5 mm | 3,0 tot 4,0 mm | 25 mm | 35 mm |
| 6 mm | 6 mm | 3,5 tot 5,0 mm | 30 mm | 40 mm |
| 8 mm | 8 mm | 4,5 tot 6,0 mm | 40 mm | 50 mm |
| 10 mm | 10 mm | 6,0 tot 8,0 mm | 50 mm | 60 mm |
| 12 mm | 12 mm | 8,0 tot 10,0 mm | 60 mm | 70 mm |
| 14 mm | 14 mm | 10,0 tot 12,0 mm | 70 mm | 80 mm |
De schroef mag binnen dat bereik vrij gekozen worden. Onder de ondergrens spreidt de plug te weinig en draait hij mee. Boven de bovengrens scheurt u de plugmantel open of drukt u de plug het gat uit.
Vuistregel voor wie geen tabel bij de hand heeft: de schroefdiameter zit rond de helft tot tweederde van de plugdiameter. Bij een 8 mm plug is 5 mm een veilige standaardkeuze.
Voor gaten in beton en baksteen gebruikt u een boorhamer met SDS-opname. In het assortiment hamerboren voor beton en steen vindt u alle maten uit deze tabel:
Hoeveel dieper boort u dan de plug lang is?
Tel 10 mm bij de pluglengte op. Bronnen noemen 5 mm als minimum en 10 mm als praktijkwaarde. Houd 10 mm aan, want die extra ruimte kost u niets en lost drie problemen tegelijk op.
- Boorgruis. Onderin het gat blijft stof liggen. Dat stof neemt ruimte in, de plug stuit erop en zit dan een paar millimeter te ondiep.
- Schroefpunt. Een schroef die iets langer is dan de plug steekt er achter uit. Zonder ruimte drukt die punt de plug terug naar buiten.
- Gatvorm. Het onderste stuk van een geboord gat is nooit netjes cilindrisch, zeker niet met kloppen. Die zone wilt u niet gebruiken voor de spreiding.
Zet een dieptestop op de machine of plak een stukje tape op de boor. Schatten gaat vrijwel altijd mis, en juist bij de laatste centimeter voelt het gat al diep genoeg terwijl het dat niet is.
De plug moet volledig in het gat verdwijnen, met de kraag gelijk aan het oppervlak. Steekt de plug uit, dan spreidt het bovenste deel in de lucht of in het stucwerk in plaats van in het dragende materiaal.
Hoe lang moet de schroef zijn?
De schroef moet de hele plug doorlopen, plus ongeveer 5 mm. Reken de dikte van wat u vastzet daar bovenop. Een 8 mm plug van 40 mm, met een lat van 20 mm ervoor, vraagt dus ongeveer 65 mm schroeflengte.
Voorboren in hout: welke maat bij welke schroef?
In hout boort u niet op schroefdiameter maar op kerndiameter. De kerndiameter is de dikte van de schroefkern zonder de draad, ongeveer 60 tot 70 procent van de buitendiameter. Die draad moet in het hout kunnen grijpen, de kern hoeft alleen ruimte te hebben.
In zachthout boort u iets onder de kerndiameter, in hardhout precies op of net erboven. Hardhout laat zich niet samendrukken en splijt als de kern zich een weg moet wringen.
| Schroefdiameter | Kerndiameter (ca.) | Voorboren zachthout | Voorboren hardhout |
|---|---|---|---|
| 3,0 mm | 2,0 mm | 2,0 mm | 2,0 mm |
| 3,5 mm | 2,2 mm | 2,0 mm | 2,5 mm |
| 4,0 mm | 2,5 mm | 2,5 mm | 3,0 mm |
| 4,5 mm | 2,8 mm | 2,5 mm | 3,0 mm |
| 5,0 mm | 3,2 mm | 3,0 mm | 3,5 mm |
| 6,0 mm | 3,8 mm | 4,0 mm | 4,5 mm |
| 8,0 mm | 5,0 mm | 5,0 mm | 6,0 mm |
| 10,0 mm | 6,4 mm | 6,5 mm | 7,0 mm |
| 12,0 mm | 7,2 mm | 7,0 mm | 8,0 mm |
Voorboordiepte in hout: in zachthout ongeveer de helft van de schroeflengte, in hardhout ongeveer tweederde. Voor houdkracht wilt u dat het draaddeel minimaal zes keer de schroefdiameter in het hout zit. Bij een 5 mm schroef is dat 30 mm draad in het onderste deel.
Een doorgangsgat in het bovenste deel maakt de verbinding sterker. Boor dat eerste stuk op volle schroefdiameter, zodat de draad alleen in het onderste deel grijpt en de delen tegen elkaar trekt. Zonder dat doorgangsgat blijft er vaak een kier staan.
Voor schone gaten in hout gebruikt u een houtboor met centreerpunt, die loopt niet weg op de nerf:
Draai de schroef daarna in met een bit die precies past. Een te kleine of versleten bit slaat de kop rond voordat de schroef op diepte zit, kijk daarvoor bij de schroefbits per profiel en maat.
Voorboren in metaal: tapgat of doorlopend gat?
In metaal zijn er twee situaties en die vragen om compleet verschillende maten. Verwar ze niet, want een tapgat op doorgangsmaat is onbruikbaar.
Tapgat: gat waar draad in komt
Voor een tapgat geldt: boordiameter is de nominale diameter min de spoed. Voor M8 met grove spoed 1,25 mm boort u dus 8 min 1,25 is 6,75, in de praktijk 6,8 mm.
| Draad | Spoed (grof) | Boordiameter tapgat |
|---|---|---|
| M3 | 0,50 mm | 2,5 mm |
| M4 | 0,70 mm | 3,3 mm |
| M5 | 0,80 mm | 4,2 mm |
| M6 | 1,00 mm | 5,0 mm |
| M8 | 1,25 mm | 6,8 mm |
| M10 | 1,50 mm | 8,5 mm |
| M12 | 1,75 mm | 10,2 mm |
Let op bij fijne draad: dan is de spoed kleiner en het kerngat dus groter. M8 fijn met spoed 1,0 mm vraagt 7,0 mm. Kijk altijd naar de spoed die op de tap staat.
Draadlengte houdt u op twee tot drie keer de nominale diameter. Dieper tappen voegt niets toe, omdat alleen de eerste drie tot vier gangen de last dragen.
Doorlopend gat: gat waar de bout doorheen valt
Een doorgangsgat is juist ruimer dan de bout. Volgens de doorgangsgatenreeks van ISO 273, in Nederland bekend als DIN EN 20273, is er een fijne, een middelmatige en een grove reeks. De middelmatige reeks is de normale keuze in de machinebouw en de staalbouw.
| Bout | Doorgangsgat fijn | Doorgangsgat middel |
|---|---|---|
| M3 | 3,2 mm | 3,4 mm |
| M4 | 4,3 mm | 4,5 mm |
| M5 | 5,3 mm | 5,5 mm |
| M6 | 6,4 mm | 6,6 mm |
| M8 | 8,4 mm | 9,0 mm |
| M10 | 10,5 mm | 11,0 mm |
| M12 | 13,0 mm | 13,5 mm |
En de zelftappende schroef?
Een zelftappende schroef snijdt zijn eigen draad, maar hij heeft wel een kerngat nodig. Houd de kerndiameter van de schroef aan, dus de dikte zonder draad, en boor die maat in het plaatwerk. Hoe dikker en harder het staal, hoe dichter u tegen de bovenkant van het bereik gaat zitten.
Zonder kerngat draait de schroef zich vast of breekt hij af. Met een te ruim kerngat pakt de draad nergens en draait de schroef mee zodra u aanhaalt. Boor met een scherpe metaalboor en gebruik snijolie, zeker vanaf 5 mm.
Deze metaalboren in HSS dekken de tapgat- en doorgangsmaten uit de tabellen hierboven af:
De drie fouten die een plug los laten zitten
Gat te ruim geboord
Dit gebeurt vaker onbedoeld dan bewust. Een verbogen boor, een boorkop met speling of een machine die u laat wiebelen, boort een gat dat ruimer is dan de maat op de boor. Het gat wordt trechtervormig en juist bovenin, waar de plug het meeste werk doet, zit dan de meeste speling. Zet de machine haaks aan, laat de boor het werk doen en duw niet zijwaarts.
Te weinig diepte
De plug zit dan niet volledig in het gat. Het deel dat uitsteekt, spreidt in het stucwerk of in de lucht en draagt niets. In de praktijk merkt u dit doordat de plug bij het indrukken de laatste 5 mm stug gaat. De reflex is dan om hem erin te tikken, waardoor de kraag beschadigt. Boor het gat gewoon dieper.
Kloppen in een holle wand
In gipsplaat en in holle steen zet u de klopstand uit. De hamerslag beukt aan de achterzijde een gat uit dat veel groter is dan de boor, waarna een hollewandplug zijn vleugels nergens tegenaan kan zetten. Boor zulke platen met een gewone metaalboor of een steenboor zonder kloppen, op een rustig toerental.
Hoe merkt u dat een plug niet pakt?
Drie signalen, in volgorde van hoe vaak u ze tegenkomt:
- De plug draait mee met de schroef. Het gat is te ruim of de schroef te dun. De plug spreidt niet en wrijft alleen maar rond.
- De schroef blijft doordraaien zonder vast te trekken. De plugmantel is opengescheurd, meestal door een te dikke schroef of een beschadigde plug.
- De schroef trekt wel aan, maar de hele plug komt naar buiten. Het gat is te ondiep of de ondergrond is te zacht voor dit plugtype.
Wat u dan doet, in deze volgorde. Haal de plug eruit met een schroef die u half indraait en waar u aan trekt. Boor het gat vervolgens niet opnieuw op dezelfde plek, maar verplaats minimaal twee keer de plugdiameter. Lukt verplaatsen niet, boor dan een maat ruimer en zet er een dikkere plug in, bijvoorbeeld 10 mm in plaats van 8 mm.
Blijft ook dat mislukken, dan vraagt het materiaal om een ander bevestigingsprincipe. Een chemisch anker of een injectiemortel met zeefhuls vult onregelmatige gaten en holle ruimtes op en werkt daar waar spreidpluggen niets meer vinden.
Waarom hollewandpluggen en gasbetonpluggen afwijken
Een spreidplug klemt tegen de gatwand. In gipsplaat en in gasbeton is die wand er niet of is hij te slap, en dan werkt het principe niet.
Een hollewandplug klemt niet, maar klapt achter de plaat open. De boormaat volgt daarom de plug zelf, bij een metalen hollewandplug dus de plugdiameter, en bij een kunststof paraplugplug de maat van het smalle gedeelte. Kloppen is uit, en u meet eerst de plaatdikte, want de klemlengte van de plug moet daarbij passen. Een goede hollewandplug draagt tot ongeveer 70 kg per stuk, maar dat getal geldt alleen als de plaat zelf het houdt.
Een gasbetonplug klemt evenmin. Hij heeft een grove spiraal die zijn eigen draad in het poreuze materiaal snijdt. De boormaat ligt daarbij duidelijk onder de plugdiameter, want de spiraal moet materiaal kunnen grijpen. Volg hier strikt de opgave op de verpakking, want een vuistregel bestaat niet voor dit type.
Voor beide typen geldt dat u niet klopt. In cellenbeton, kalkzandsteen en holle steen boort u draaiend. Kloppen breekt het materiaal rond het gat weg en dat is precies het materiaal dat uw bevestiging moet dragen.
Kort samengevat
- Boordiameter is gelijk aan de plugdiameter, altijd. Bij twijfel start u 1 mm kleiner en ruimt u pas op als het nodig is.
- De schroef kiest u bij de plug, ruwweg de helft tot tweederde van de plugdiameter, binnen het bereik dat de fabrikant noemt.
- Boordiepte is pluglengte plus ongeveer 10 mm, met 5 mm als minimum, vanwege boorgruis en de schroefpunt.
- In hout boort u op kerndiameter: net eronder in zachthout, erop of net erboven in hardhout, plus een doorgangsgat in het bovenste deel.
- In metaal is een tapgat gelijk aan de diameter min de spoed, en een doorgangsgat juist ruimer volgens ISO 273.
- Kloppen gaat uit in gipsplaat, gasbeton en holle steen, want daar klemt de plug niet maar grijpt hij.









