Welke boor in welk materiaal? Complete keuzegids

Welke boor gebruikt u in beton, tegels, hout, metaal of gasbeton? Tabel met boortype, machinestand, toerental en koeling, plus de valkuil per materiaal.

Het materiaal bepaalt welke boor u pakt. De stand van de machine bepaalt of het gat lukt. Die twee dingen los van elkaar zien is de reden dat tegels barsten, dat RVS-boren blauw worden en dat een gat in gasbeton drie keer te groot uitvalt.

Hieronder staat per materiaal welk boortype hoort, of de klopstand aan of uit moet, welk toerental u aanhoudt en of u koelt. Daarna volgt per materiaalgroep de valkuil die in de praktijk het vaakst misgaat.

Welke boor hoort bij welk materiaal?

Gebruik deze tabel als uitgangspunt. De toerentallen zijn richtwaarden voor gangbare diameters tot 10 mm. Ga bij grotere diameters altijd lager zitten.

Materiaal Boortype Machinestand Toerental Koeling Tip
Beton Hamerboor SDS-plus, 2-snijder of 4-snijder Hameren Laag tot midden Nee Bij wapening stoppen en verplaatsen, niet doorbeuken
Gewapend beton 4-snijder hamerboor Hameren Laag Nee 4-snijder loopt rustiger door een staaf dan een 2-snijder
Baksteen Steenboor met hardmetalen punt Kloppend of draaiend Midden Nee Oude, zachte baksteen zonder klop boren
Kalkzandsteen Steenboor met hardmetalen punt Draaiend, klop alleen als het stokt Midden Nee Klop maakt het gat te ruim voor de plug
Gasbeton (cellenbeton) Steenboor of houtspiraalboor Draaiend, klop uit Laag tot midden Nee Gebruik speciale gasbetonpluggen of tapschroeven
Natuursteen, graniet, hardsteen Diamantboor Draaiend, klop uit Laag, 400 tot 900 omw/min Ja, water Nat boren bij gaten boven 8 mm en bij graniet altijd
Keramische tegel, porselein Diamantboor of tegelboor Draaiend, klop uit Tot 12 mm max 600, boven 12 mm circa 450 omw/min Ja, water Afplaktape op het boorpunt tegen weglopen
Hout, plaatmateriaal Houtspiraalboor met centreerpunt en voorsnijders Draaiend Hoog Nee Restplank achter het werkstuk tegen uitscheuren
Staal, ongelegeerd HSS-boor, tophoek 118 graden Draaiend Midden, circa 1300 omw/min bij 6 mm Ja, snijolie Voorboren met 3 mm bij gaten boven 8 mm
RVS HSS-Co (kobaltboor), tophoek 135 graden Draaiend Laag, circa 640 omw/min bij 6 mm Ja, snijolie Constante druk houden, nooit laten meedraaien zonder snijden
Aluminium HSS-boor Draaiend Hoog Ja, petroleum of spiritus Spanen regelmatig verwijderen, aluminium plakt
Kunststof, plexiglas Kunststofboor, tophoek 60 tot 90 graden Draaiend Laag, 500 tot 1000 omw/min Ja, water met een druppel zeep Geen houtboor gebruiken, de centreerpunt splijt de plaat

Wat is het verschil tussen kloppend boren, hameren en draaiend boren?

Draaiend boren is snijden. De boor schraapt materiaal weg en de spiraal voert het af. Dat is wat u wilt in hout, metaal, kunststof en in alles wat kan barsten.

Kloppend boren doet een klopboormachine. Twee geribbelde schijven in de machine springen over elkaar heen en duwen de boorkop een paar honderd keer per seconde een klein stukje naar voren. De slag is kort en de energie komt uit de druk die u zelf op de machine zet. Goed genoeg voor baksteen en kalkzandsteen, te licht voor beton.

Hameren doet een boorhamer. Een zuiger bouwt luchtdruk op en slaat de boor met echte slagenergie vooruit. Die energie wordt in joules uitgedrukt, niet in watt. Een SDS-plus machine zit meestal tussen 1,7 en 4,2 joule. Voor beton is 2 tot 3 joule ruim voldoende. U hoeft nauwelijks te duwen, de machine doet het werk.

Vuistregel: klopboor voor steen, boorhamer voor beton, allebei uit voor alles wat glad, hard en breekbaar is.

Beton en gewapend beton

Pak een hamerboor met SDS-plus opname en zet de machine op hameren met rotatie. Duw licht en constant. Trek de boor elke paar centimeter terug zodat het boormeel eruit komt, anders loopt de spiraal vol en gaat de punt schuren in plaats van slaan.

Raakt u wapening, dan hoort en voelt u dat direct: de machine loopt zwaar en de voortgang stopt. Een 4-snijder komt er vaak nog doorheen. Een 2-snijder gaat de staaf achterna en het gat loopt scheef. Verplaats het gat 3 tot 5 cm als dat kan.

De valkuil: doorgaan met hameren zonder het gat leeg te maken. De hardmetalen punt wordt dan zo heet dat de soldering loslaat en de plaatjes eruit springen.

Dit zijn de hamerboren voor beton, metselwerk en gewapend beton.

Bekijk het volledige aanbod hamerboren met SDS-plus opname voor beton en metselwerk.

Baksteen, kalkzandsteen en gasbeton

Deze drie lijken op elkaar maar reageren verschillend. Een steenboor met hardmetalen punt volstaat voor alle drie. Het verschil zit in de machinestand.

Baksteen

Harde nieuwe baksteen kan kloppend. Oude, poreuze baksteen en de voeg ertussen niet: die brokkelt uit en u houdt een gat over waar geen plug meer in klemt. Boor bij twijfel eerst draaiend en schakel pas over als het echt niet vordert.

Kalkzandsteen

Kalkzandsteen boort zacht en snel. Klopstand is bijna nooit nodig. Zet u hem toch aan, dan bijt de boor een gat dat ruimer is dan de nominale maat en draait de plug rond. Draaiend boren geeft een strak gat op maat.

Gasbeton

Gasbeton is zo zacht dat een gewone houtspiraalboor het aankan. Klop staat altijd uit. Het echte probleem is niet het gat maar de bevestiging: een standaard nylon plug trekt zo uit het luchtbellenstructuur. Gebruik gasbetonpluggen of inschroefhulzen die het materiaal over een groot oppervlak belasten.

De valkuil bij alle drie: te veel druk. Deze materialen boren van zichzelf snel. Duwen levert alleen een uitgelopen gat op.

Tegels, keramiek en natuursteen

Hier gaat het het vaakst mis. De hoofdregel is kort: klopfunctie uit, laag toerental, koelen.

De tegelhardheid bepaalt het boortype. Hardheidsklasse 1 tot 3 is zacht genoeg voor een tegel- of glasboor. Klasse 3 tot 6 gaat met een goede steenboor. Vanaf klasse 6, en dat is alle gangbare porseleinkeramiek, heeft u een diamantboor nodig. Een gewone steenboor glijdt daar alleen maar over het glazuur en brandt weg.

Houd tot 12 mm maximaal 600 omw/min aan en boven 12 mm ongeveer 450 omw/min. Plak afplaktape over het boorpunt zodat de boor niet wegloopt over het glazuur. Voer water toe of dompel de boor regelmatig in een bakje water.

Waarom splijt een tegel bij kloppend boren?

Een tegel ligt op een lijmlaag met luchtinsluitingen. De klopslag zet de tegel in trilling en die trilling vindt de zwakste plek: de holte onder de tegel. Daar ontstaat de scheur, meestal vanuit het boorgat diagonaal naar de hoek. Een tegel die hol klinkt als u erop tikt, barst vrijwel zeker als u de klopstand aanzet.

Natuursteen nat of droog boren?

Droog boren mag bij kleine gaten en korte boortijd. Bij graniet, hardsteen en bij gaten boven ongeveer 8 mm boort u nat. Water koelt het diamantsegment, bindt het stof en voorkomt dat de bindingslaag verbrandt. Een droog gebruikte diamantboor in graniet is na twee gaten stomp.

Deze diamantboren zijn gemaakt voor tegel, porselein en natuursteen.

Voor grotere doorvoeren in tegel en steen kijkt u naar de diamantboren en diamantboorkronen, en voor gaten vanaf ongeveer 25 mm in hout, gips en plaatmateriaal naar de gatzagen.

Hout en plaatmateriaal

Een houtspiraalboor herkent u aan drie dingen: een scherpe centreerpunt, twee voorsnijders aan de buitenrand en een ruime spiraal. De centreerpunt houdt de boor op de streep. De voorsnijders snijden de houtvezel aan de omtrek door voordat de hoofdsnede eraan komt. Daardoor wordt de gatrand schoon in plaats van rafelig.

Boor op hoog toerental en constante aanvoer. Begin langzaam tot de centreerpunt vat heeft, daarna kunt u versnellen.

De valkuil: uitscheuren aan de achterkant. Vlak voor de boor doorbreekt is er geen materiaal meer dat de vezels ondersteunt. De punt duwt de laatste laag eruit in plaats van hem te snijden. Twee oplossingen, allebei simpel. Klem een restplank strak achter het werkstuk zodat de boor in het offerhout doorloopt. Of boor tot de centreerpunt net aan de achterkant verschijnt, draai het werkstuk om en boor het gat van de andere kant af.

Houtspiraalboren, slangenboren en verzinkboren voor schoon werk in massief hout en plaatmateriaal.

Het complete assortiment staat bij de houtboren.

Metaal, RVS en kunststof

In metaal geldt: hoe harder het materiaal en hoe groter de diameter, hoe lager het toerental. De snijsnelheid is de maat die telt. Voor ongelegeerd staal rekent u met ongeveer 25 tot 35 m/min, voor RVS met 10 tot 15 m/min. Omgerekend naar een boor van 6 mm is dat ongeveer 1300 omw/min in staal en ongeveer 640 omw/min in RVS.

Voor RVS pakt u een HSS-Co boor, ook wel kobaltboor. Die verdraagt de hitte die bij RVS onvermijdelijk ontstaat. Een tophoek van 135 graden centreert beter op een glad oppervlak dan de standaard 118 graden.

Waarom hardt RVS uit als u stopt met duwen?

RVS is werkhardend. Zodra de snijkant niet meer snijdt maar wrijft, wordt het oppervlak plaatselijk warm en verhardt het. Die verharde laag is harder dan uw boor. U komt er dan niet meer doorheen, hoe lang u ook doordraait. Daarom: constante, stevige druk houden, spanen zien komen en niet met een stompe boor beginnen. Ziet u stof in plaats van krullen, of hoort u piepen, dan bent u al aan het wrijven. Stop, koel, slijp of vervang de boor en begin op een nieuwe plek.

Gebruik snijolie in staal en RVS. Bij aluminium werkt petroleum of spiritus beter, omdat aluminiumspanen anders aan de boor plakken.

In kunststof en plexiglas is hitte het probleem, niet hardheid. Een boor met een tophoek van 60 tot 90 graden trekt zich niet in het materiaal. Houd 500 tot 1000 omw/min aan en koel met water waar een druppel afwasmiddel in zit. Een houtboor met centreerpunt gebruikt u niet: die wig splijt de plaat.

HSS- en kobaltboren voor staal, RVS, aluminium en kunststof.

Vergelijk de uitvoeringen bij de metaalboren, van HSS-G tot HSS-Co 5 procent.

Wanneer volstaat een multifunctionele boor?

Een multiboor heeft een hardmetalen punt in een vorm die zowel snijdt als schraapt. Hij werkt in baksteen, kalkzandsteen, gasbeton, gipsplaat, zachte keramische tegel, hout en de meeste kunststoffen. Eén boor, geen wissel, geen twee boorhouders op de steiger.

De grenzen zijn hard. Een multiboor gaat nooit in de klopstand of de hamerstand. Hij is niet bedoeld voor staal of RVS. En hij haalt het niet in beton, in graniet en in porseleinkeramiek vanaf hardheidsklasse 6.

  • Montagewerk door verschillende lagen heen, af en toe een gat: multiboor.
  • Serie gaten in beton: hamerboor.
  • Porselein of natuursteen: diamantboor.
  • Metaal: HSS of HSS-Co, altijd.

Hoe boort u door gemengd materiaal, zoals een tegel op kalkzandsteen?

Bij gemengd materiaal boort u niet in één beweging. U boort in fasen en wisselt van boor op het moment dat u van laag verandert. Het principe is steeds hetzelfde: het zwakste, breekbaarste materiaal bepaalt de instelling zolang u daarin zit.

  1. Plak afplaktape op het boorpunt en teken af op de tape.
  2. Zet de machine op draaiend, klop uit, laag toerental. Boor met een diamantboor of tegelboor door de tegel plus de lijmlaag. Koel met water.
  3. Voel wanneer de weerstand verandert. Dat is het moment dat u de ondergrond raakt. Stop daar.
  4. Wissel naar een steenboor of hamerboor in de maat van uw plug. Neem één maat groter dan het gat door de tegel, zodat de boor de tegelrand niet raakt.
  5. Boor de ondergrond. Kalkzandsteen draaiend. Beton op hameren, maar houd de boor stil in het gat tot de punt vrij van de tegel is voordat u de hamerstand inschakelt.
  6. Blaas het gat uit voordat u de plug plaatst. Boormeel in het gat halveert de uittrekwaarde.

Dezelfde volgorde geldt voor stucwerk op gasbeton, voor tegel op gipsvezel en voor een gevelplaat op metselwerk: eerst de kwetsbare laag draaiend, dan pas de ondergrond met de stand die daarbij hoort.

Kort samengevat

  • Het materiaal kiest de boor, de machinestand bepaalt of het gat netjes wordt. Klop uit bij tegels, natuursteen, gasbeton, metaal en kunststof.
  • Klopboor voor baksteen en kalkzandsteen, boorhamer met 2 tot 3 joule voor beton. Een klopboormachine haalt beton niet.
  • Hoe harder het materiaal en hoe groter de diameter, hoe lager het toerental. RVS op ongeveer 640 omw/min bij 6 mm, tegels onder 600 omw/min.
  • Koel met water in tegel, natuursteen en kunststof, met snijolie in staal en RVS. RVS hardt uit zodra de boor wrijft in plaats van snijdt.
  • Bij gemengd materiaal boort u in fasen: eerst de kwetsbare bovenlaag draaiend en gekoeld, daarna pas de ondergrond met de juiste boor en stand.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *